Appreciative Inquiry
Op 10 en 11 januari 2008 geven wij voor het Expertisecentrum Conflictmanagement
een tweedaagse training over appreciative inquiry waarin u de methode grondig leert
kennen en in de praktijk leert toe te passen. Meer details en de mogelijkheid tot
aanmelding vindt u hier.
Wat is 'appreciative inquiry'?
'Appreciative inquiry' is een methode om veranderingen in organisaties
te bewerkstelligen, waarbij uitgegaan wordt van de kracht die - zo is
de basisaanname - elke organisatie in zich bergt. 'Appreciative inquiry'
(veelal afgekort als AI) concentreert zich niet op de problemen die zich
in een organisatie voordoen, maar op de positieve elementen binnen de
organisatie.
Een klassieke benadering van organisatiedeskundigen om organisaties die
willen of moeten veranderen, te begeleiden is het maken van een diagnose
van wat er fout gaat in die organisatie. Deze diagnose levert oorzaken
op voor de problemen en door een actieplan uit te voeren dat deze oorzaken
wegneemt, zouden de problemen binnen de organisatie vanzelf moeten verdwijnen.
Een reden waarom deze aanpak lang niet altijd werkt, is gelegen in het
feit dat het zoeken naar oorzaken nieuwe problemen voortbrengt. Gemakkelijk
ontstaat bijvoorbeeld het besef binnen een organisatie dat men in het
verleden bijna alles fout heeft gedaan. Enerzijds leidt dit tot verminderde
motivatie om te veranderen (waarom zou het nu wel beter gaan), anderzijds
gaat men op zoek naar 'schuldigen'. Het management had beter moeten weten,
een bepaalde collega verziekte de sfeer of de ideeën van de vernieuwers
uit het verleden bleken niet zo goed als die vernieuwers indertijd dachten.
Kortom: de bereidheid om te veranderen neemt af en door het blootleggen
van allerlei problemen is er steeds minder oog voor de dingen die wel
goed gaan en minder waardering voor mensen die waardevol zijn voor de
organisatie.
Het AI-proces in hoofdlijnen
AI gaat niet op zoek naar de problemen, maar naar de krachtbronnen waaruit
een organisatie put. De kracht om te veranderen moet niet zozeer van buitenaf
komen, maar veeleer van binnenuit. Om die reden begint AI aan de hand
van een vooraf gekozen onderwerp als 'samenwerking', 'teamgeest' of 'vernieuwing'
met het verkennen van datgene wat de organisatie drijft, wat mensen met
elkaar verbindt, wat de medewerkers bezieling en motivatie geeft, etc.
Gezamenlijk wordt geprobeerd momenten uit het verleden naar voren te brengen
waarin bijvoorbeeld de samenwerking optimaal verliep. Daarbij gaat het
er niet om om te bepalen hoe vaak zich zulke momenten voordeden, maar
om de factoren en krachten te vinden die deze goede samenwerking mogelijk
maakten.
Het AI-proces kent een viertal fasen: verkennen, verbeelden, vormgeven
en verankeren. Alter Conflictmanagement heeft op basis van de uitgangspunten
van AI een eigen methodiek ontwikkeld om deze fasen met maximale opbrengst
te doorlopen. Wij hebben hiermee inmiddels ruime ervaring opgedaan, zowel
bij het begeleiden van veranderprocessen binnen organisaties als bij begeleiden
van herinrichtingsplannen waarbij verschillende groeperingen betrokken
zijn (overheid, burgers, belangenorganisaties, etc.).
Onderbouwing
De onderliggende principes van AI hebben een wetenschappelijke basis.
Enkele van die principes noemen wij hier:
- Het sociaal constructivisme: de verhalen die mensen over hun ervaringen
vertellen, beschrijven niet een werkelijkheid maar creëren
die. Vragen we mensen naar wat er fout gaat in een organisatie, dan
wordt er een verhaal vol met knelpunten en problemen verteld en daarmee
wordt ook een werkelijkheid gecreëerd van een disfunctionerende
organisatie. Vragen we echter naar wat de kracht van de organisatie
is en naar wat de mensen die er werken, drijft, dan ontstaat er een
werkelijkheid van succes, vertrouwen en hoop.
- Het denken in beelden: het beeld van de toekomst dat mensen hebben,
leidt hun gedrag nu en vergroot daarmee de kans dat dit toekomstbeeld
werkelijkheid wordt.
- Positief denken: uit onderzoek is gebleken dat mensen die bijvoorbeeld
een zware hartoperatie moeten ondergaan, een grotere kans hebben deze
operatie goed te doorstaan als ze ervan overtuigd zijn dat de operatie
succesvol zal verlopen; bij mensen die deze overtuiging niet hebben,
blijkt dat dezelfde operatie minder vaak succesvol is.