Coöperatie en competitie
De Amerikaanse sociaal psycholoog Morton Deutsch heeft het begrip 'conflict'
gedefinieerd als een verschijnsel dat ontstaat als activiteiten van twee
of meer mensen niet met elkaar stroken (Deutsch gebruikt het woord 'incompatible').
Zijn definitie wijkt af van die van veel andere onderzoekers en publicisten
die stellen dat er bij een conflict altijd sprake is van verschillende
doelstellingen of ambities. Deutsch maakt echter onderscheid tussen conflicten
die ontstaan als mensen dezelfde doelstellingen hebben en conflicten waarbij
de doelstellingen van partijen van elkaar verschillen.
Coöperatieve context
Mensen die dezelfde doelstelling hebben en elkaar nodig hebben om die
doelstelling te bereiken, werken binnen een coöperatieve context.
De leden van een projectteam binnen een organisatie bijvoorbeeld hebben
elkaar nodig om de doelstellingen van het project snel en effectief te
bereiken. Verprutst één van de teamleden het, dan hebben
de andere leden daar last van. Succes van één teamlid, betekent
succes voor het hele team.
Competitieve context

Een competitieve context...
Hebben mensen verschillende doelstellingen, dan is er sprake van een competetieve
context. In dat geval is het gunstig als de ander de zaak verprutst, want
dit leidt onmiddellijk tot voordeel voor de andere partij. Stel er zijn
twee mensen die dezelfde functie ambiëren. Beiden solliciteren, maar
er is slechts één vacature. Als één kandidaat
een slechte indruk maakt op het sollicitatiegesprek, is dat in het voordeel
van de andere kandidaat. Voert één kandidaat echter het sollicitatiegesprek
van zijn leven, dan slinken de kansen van de andere kandidaat behoorlijk.
Twee soorten gedrag
Het gedrag dat mensen vertonen in een coöperatieve context is geheel
anders dan dat wat ze in een competitieve context laten zien. Dit betekent
dat ook conflicten in een competitieve context anders worden opgelost,
dan binnen een coöperatieve context. In het volgende overzicht zijn
de belangrijkste verschillen naast elkaar gezet:
| Coöperatief |
Competitief |
| Informatie
delen |
Informatie
achterhouden |
| Zorg voor
eigen en andermans welzijn |
Zorg voor
eigen welzijn maar onverschilligheid t.a.v. andermans welzijn |
| Idee dat
houding en opvattingen gelijk zijn |
Idee dat
er nauwelijks overeenkomsten in houding, doelstellingen en opvattingen
zijn |
| Grondhouding
van vertrouwen |
Achterdochtige
en vijandige grondhouding |
| Delen van
macht |
Macht naar
zich toetrekken |
| Respect
voor tegengestelde belangen |
Ongevoeligheid
voor tegengestelde belangen |
| Bereidheid
elkaar te helpen |
Gebruik
van dwang en dreigementen |
| Gerichtheid
op de zakelijke inhoud, op belangen en behoeften |
Gerichtheid
op persoonlijke eigenschappen en (eigen) rechten |
Gemengde doelstellingen
Zelfs als mensen binnen een coöperatieve context werken, is het
niet uitgesloten dat gedrag dat past binnen een competitieve context de
overhand krijgt. Dit heeft te maken met het feit dat het zelden zo is
dat een context eenduidig coöperatief of competitief is. Binnen een
coöperatieve context (bijvoorbeeld het projectteam dat een bepaalde
organisatiedoelstelling nastreeft) bestaat vaak ook een competitieve context
(bijvoorbeeld de persoonlijke doelstelling van een teamlid om zodanig
op te vallen binnen het projectteam dat hij of zij in aanmerking komt
voor promotie). Hierdoor is het mogelijk dat teams die op papier dezelfde
doelstellingen hebben en van wie dus verwacht mag worden dat ze gedrag
vertonen dat past bij het rijtje onder 'coöperatief', zich toch gedragen
volgens de kenmerken onder 'competitief'.
Het verschil in gedrag binnen een coöperatieve en competitieve context
vinden we ook terug bij cognitieve en
affectieve conflicten.