Wet Verbetering Poortwachter
De Wet Verbetering Poortwachter is sinds 1 april 2002 van kracht. De
bedoeling van de wet is om de groeiende instroom in de WAO een halt toe
te roepen door de verantwoordelijkheid voor langdurig arbeidsverzuim bij
zowel de werknemer als de werkgever te leggen.
De arbodienst maakt binnen zes weken na de ziekmelding van de werknemer
een probleemanalyse. Op grond van deze probleemanalyse stellen de werkgever
en de werknemer samen een plan van aanpak op. In dat plan van aanpak staat
omschreven welke stappen de werkgever en de werknemer willen gaan zetten
om reïntegratie in het arbeidsproces mogelijk te maken. Als de probleemanalyse
van de arbodienst vermeldt dat er aan het arbeidsverzuim een conflict
ten grondslag ligt, is mediation bijna altijd onderdeel van het plan van
aanpak.

De Wet Verbetering Poortwachter maakt toegang
tot de WAO moeilijker
Om werkgever en werknemer te motiveren serieus werk te maken van de reïntegratie,
heeft de wetgever sancties bedacht die kunnen worden opgelegd als één
van beiden zich onvoldoende inspant om de reïntegratie te bevorderen.
Voor de werknemer betekent dat het UWV (Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen)
hem of haar een uitkering kan weigeren, als het van oordeel is dat de
werknemer zich onvoldoende heeft ingezet. De werkgever kan, als hij of
zij te weinig heeft gedaan, verplicht worden het loon nog een jaar door
te betalen.
Op gezette tijden dient het plan van aanpak geëvalueerd en zonodig
bijgesteld te worden. Hebben de inspanningen van werknemer en werkgever
geen resultaat, dan dient de werknemer in week 13 ziekgemeld te worden
bij het UWV door hetzij de werkgever, hetzij de arbodienst. In week 87
ontvangt de werknemer formulieren voor de WAO-aanvraag en op grond van
het reïntegratieverslag dat in week 91 bij het UWV moet zijn, beoordeelt
het UWV of de reïntegratie-inspanningen van werknemer en werkgever
voldoende zijn geweest. In week 104, dus twee jaar na de oorspronkelijke
ziekmelding, kan de werknemer dan een WAO-uitkering ontvangen.