Procedures voor het verbreken van de arbeidsrelaties
Zelf ontslag nemen | CWI | Kantonrechter
| Procedure bij exit-mediation
Zelf ontslag nemen
Een werknemer kan uiteraard ontslag nemen als hij om wat voor reden
dan ook niet langer voor zijn werkgever wil werken. Hij zal dit bijvoorbeeld doen als
hij een andere baan heeft gevonden die beter betaalt, meer uitdaging biedt
of betere toekomstperspectieven biedt. De werknemer dient de wettelijke
opzegtermijn in acht te nemen en heeft, als hij zelf ontslag neemt, geen
recht op een WW-uitkering.
CWI
Een andere manier om tot beëindiging van de arbeidsrelatie te komen
is via een procedure bij de CWI (Centrale organisatie voor Werk en Inkomen).
De werkgever vraagt dan bij deze organisatie een ontslagvergunning aan
en dient deze aanvraag goed te onderbouwen. Hij kan bedrijfseconomische
motieven aanvoeren (het gaat met het bedrijf niet goed) of persoonsgebonden
motieven (de werknemer functioneert niet goed of de arbeidsverhoudingen
zijn verstoord). De werknemer voert verweer tegen de ontslagaanvraag als
hij het met de door de werkgever aangevoerde gronden niet eens is. Tussen
de vier en zes weken na de aanvraag neemt de CWI een besluit over de ontslagaanvraag.
Veelal heeft de werknemer recht op een WW-uitkering, als de CWI een ontslagvergunning
verleent.
Kantonrechter
Het is ook mogelijk een procedure te starten bij de kantonrechter om de
arbeidsrelatie te beëindigen. In het algemeen is het dan zo dat de
werkgever een verzoekschrift indient waartegen de werknemer verweer voert
door middel van een verweerschrift. De kantonrechter ontbindt de arbeidsrelatie
en er wordt een ontslagvergoeding bepaald die de werkgever aan de werknemer
moet betalen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een pro forma procedure
en een inhoudelijke procedure.
Inhoudelijk
Bij een inhoudelijke procedure is de arbeidsrelatie tussen werknemer en
werkgever zo verstoord dat zij op geen enkele wijze tot overeenstemming
komen. Vaak wil de werknemer de arbeidsovereenkomst niet ontbinden of is
hij niet bereid akkoord te gaan met de voorgestelde datum van ontbinding
of de hoogte van de ontslagvergoeding. De kantonrechter beoordeelt op basis
van het verzoek en het verweer en op grond van de toelichting ter zitting
de mate van verwijtbaarheid en stelt de datum van ontbinding en een ontslagvergoeding
vast. Een inhoudelijke procedure vergt vaak van zowel werknemer als werkgever
veel energie, stress en spanning. Omdat de rechter de hoogte van de ontslagvergoeding
mede vaststelt op basis van zijn oordeel over wie er er verwijtbaar is,
zullen partijen of hun raadsheren er niet voor terugdeinzen flink met modder
te gooien. De rechter ontbindt altijd (zonder de opzegtermijn in acht te
nemen); het UWV neemt een beslissing over het toekennen van een WW-uitkering aan de werknemer.

Pro forma ontbinding is een hamerstuk
Pro Forma
Komen werkgever en werknemer tot de conclusie dat de verstoorde arbeidsverhouding
niet meer te herstellen is en bereiken zij samen overeenstemming over de
datum van beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de hoogte van de
ontslagvergoeding, dan kunnen ze de arbeidsovereenkomst via een pro forma
procedure door de kantonrechter laten ontbinden. In dat geval worden verzoek-
en verweerschrift op elkaar afgestemd en geven partijen aan geen prijs te
stellen op een mondelinge toelichting ter zitting. Met modder gooien, elkaar
verwijten maken en elkaar de schuld geven is niet nodig. De rechter ontbindt
de overeenkomst (opnieuw zonder rekening te houden met een opzegtermijn)
en in het algemeen kan de werknemer met succes een WW-uitkering aanvragen.
Kantonrechtersformule
Bij de vaststelling van de hoogte van de ontslagvergoeding werken kantonrechters
in het algemeen met de zogenaamde kantonrechtersformule. Deze luidt:
A x B x C = ontslagvergoeding |
A is het aantal dienstjaren vanaf indiensttreding;
B is het bruto maandsalaris vermeerderd met vakantiegeld
en andere vaste beloningen zoals een dertiende maand;
C is de correctiefactor: deze factor drukt de mate van verwijtbaarheid
uit. Als de rechter vindt dat vooral de werkgever schuld heeft aan de
ontbinding, is de correctiefactor hoger dan 1; is hij van oordeel dat
de werknemer verwijtbaar is, dan zal de correctiefactor lager dan 1 zijn.
Wordt de verwijtbaarheid in het midden gelaten, dan is de correctiefactor
neutraal ofwel 1.
Procedure bij exit-mediations
Kiezen werkgever en werknemer ervoor de arbeidsverhouding te beƫindigen
door middel van mediation, dan wordt bijna altijd toegewerkt naar een
pro forma ontbinding bij de kantonrechter. Dat betekent dat de kantonrechtersformule
vaak het uitgangspunt vormt bij de discussie en onderhandeling over de
hoogte van de ontslagvergoeding. Ook in exit-mediations is er vaak verschil
van mening over de vraag aan wie de onwerkbare verhoudingen zijn te wijten.
Anders dan de kantonrechter doet de mediator geen uitspraak over de mate
waarin werkgever of werknemer verwijtbaar is. Als partijen hun beleving
van wat er gebeurd is met elkaar gedeeld hebben, komen zij zelf vaak tot
de conclusie dat de schuldvraag moeilijk te beantwoorden is en wordt gekozen
voor een neutrale correctiefactor (= 1). Het komt echter ook voor dat
de werkgever aangeeft dat er onzorgvuldig is gehandeld en dat de werknemer
daar de dupe van is geworden. In dat soort gevallen wordt veelal een ontslagvergoeding
overeengekomen op basis van een correctiefactor die groter is dan 1.
Exit-mediations gaan overigens niet altijd alleen maar om het geld dat
gemoeid is met het vertrek van de werknemer. Er kan ook gesproken worden
over het volgen van een outplacementtraject en uiteraard kan de werkgever
zijn contacten gebruiken om de vertrekkende werknemer aan nieuw werk te
helpen. Als er sprake is van arbeidsverzuim als gevolg van lichamelijke
of geestelijke beperkingen van de werknemer is het onderzoeken van mogelijkheden
tot reïntegratie buiten het bedrijf zelfs een verplichting die de
werkgever vanuit de Wet Verbetering Poortwachter heeft.
Zelf ontslag nemen | CWI | Kantonrechter
| Procedure bij exit-mediation