Transformatieve mediation
De transformatieve mediation is een oriëntatie op mediation die
bekend is geworden door The Promise of Mediation, een boek van
Baruch Bush en Joseph Folger dat in 1994 verscheen. Het is een reactie
op de probleemoplossende oriëntatie op mediation die in Amerika (en
ook in Nederland) de dominante oriëntatie op mediation is.
Het hoofddoel van de probleemoplossende mediator is om het conflict (dat
binnen deze methode min of meer synoniem is met een probleem) op te lossen
op een manier die voor beide partijen aanvaardbaar is. Daartoe inventariseert
de mediator wat de belangen van de partijen zijn. Partijen gaan onderhandelen
op basis van die belangen en ontdekken daarbij vaak dat veel van hun belangen
niet zo onverenigbaar zijn als ze aanvankelijk dachten. De mediator begeleidt
dit proces van onderhandelen en legt afspraken die tussen partijen tot
stand komen, vast. Een mediation is succesvol als deze wordt afgesloten
met een vaststellingsovereenkomst. Volgens Folger en Bush is de mediator
in zijn gerichtheid om te komen tot een vaststellingsovereenkomst vaak
(te) directief en heeft hij de neiging in het verhaal van de partijen
alleen de problemen te horen waarvoor een oplossing mogelijk is.
Binnen de transformatieve mediation ligt de nadruk veel minder op onderhandelen
en veel minder op het bereiken van een vaststellingsovereenkomst.. De
twee sleutelbegrippen zijn 'recognition' en 'empowerment'. Eén
van de uitgangspunten is dat elk mens het vermogen heeft tot empathie:
begrip opbrengen voor de emoties, ervaringen, zorgen en behoeften van
anderen (het geven van 'recognition'). Mensen hebben een natuurlijke behoefte
zich te verbinden met andere mensen.
Daarnaast heeft ieder mens de behoefte zichzelf te ontwikkelen en te
ontplooien. Besluitvorming speelt daar een belangrijke rol in. Typerend
voor conflicten is dat ze negatief effecten hebben op onder meer de besluitvaardigheid.
Conflicten leiden tot tal van minder prettige gevoelens, waaronder onzekerheid
en besluiteloosheid. Begrip voor die minder prettige emoties, bij voorkeur
van de andere partij (recognition) zorgt ervoor dat deze emoties afzwakken
en dat het gemakkelijker wordt goed overwogen besluiten te nemen. Dit
laatste wordt empowerment genoemd: iemand die zich erkend voelt in zijn
emoties en ervaringen is beter in staat de emoties en ervaringen van de
ander ook te erkennen en hervindt zijn vermogen om de problemen waarvoor
hij zichzelf gesteld ziet, op te lossen.
De mediator die volgens deze benadering werkt is tijdens het mediationgesprek
gericht op de kansen die zich voordoen tot erkenning en empowerment. Als
alle mogelijkheden tot erkenning en empowerment zijn benut, komt er een
natuurlijk einde aan de mediation. Daarbij wordt een vaststellingsovereenkomst
meer als een bijproduct beschouwd dan als een hoofddoel.
De praktijk leert dat de transformatieve mediation meer aan relatieherstel
doet en minder aan (begeleid) onderhandelen. De mediator is minder sturend
en waakt ervoor besluiten voor partijen te nemen (want dit werkt als 'disempowerment').
Bij ruziegedrag bijvoorbeeld zal een probleemoplossende mediator wijzen
op één van de uitgangspunten van mediation, nl. dat partijen
elkaar met respect dienen te behandelen. De transformatieve mediator zal
het ruziegedrag opvatten als een kans tot empowerment; hij zal vragen
of dit de manier is waarop partijen hun geschil willen bespreken. Zo nee,
dan zal hij onderzoeken waarom partijen er moeite mee hebben om elkaar
met respect te behandelen en de vragen die hij in dat kader zal stellen,
zullen ongetwijfeld kansen tot erkenning creëren.
De transformatief georiënteerde mediator stelt vooral vragen. Hij
zal geen suggesties doen om tot een akkoord te komen en hij zal ook geen
druk op partijen uitoefenen om tot een akkoord te komen.